| Home |
Date : Jan 23 '99, 16:39Manege Galjoen in Lelystad is een leuke, kleinschalige manege. Zonder binnenbak maar met een uitstekende organisatie. Goedkoop, netjes en zorgvuldig.
In Lelystad --- geen stad die bekend staat om de gezellige sfeer --- verwacht ik een lesfabriek waar zoveel mogelijk mensen in zo kort mogelijke tijd door de lesmolen worden getrokken, maar in plaats daarvan tref ik een gemoedelijke manege aan, waar met weinig middelen en strikte regels veel plezier wordt gemaakt met de paarden.
Regels
Het manegeterrein is goed afgesloten en de huisregels zijn overal te
zien. Op het hekwerk hangt naast de doorgang voor voetgangers een
bord waarop staat dat bezoekers zich moeten melden bij de staf. Da's
regel een. Twee pensionpaarden kijken me nieuwsgierig aan vanuit hun
cabinestallen naast een groter stalgebouw. Daar staan er 10 in stands
en 6 in boxen. De paarden en ponies zien er redelijk goed uit. Geen
schoonheden, geen wrakken, maar wel een gezonde indruk. Tegenover de
stallen is de kantine. Op de voorruit hangt regel twee: geen
meegebrachte etenswaren nuttigen als de kantine open is. Veertien
andere regels hangen aan de zij-ingang, met onder andere de
waarschuwing dat de hooiopslagruimte verboden terrein is voor
bezoekers: "Denkt u ook aan uw kinderen. Een baal hooi/stro weegt ca
500kg en is dus geen speelobject."
Bonje
Het stallengebouw is klein en je kunt zien dat de voorzieningen er niet
in één keer zijn neergezet. De onderling verschillende boxen zien er
oud, maar schoon uit. De paarden staan op lekker ruim stro. Stands zijn
voor de dieren geen pretje, maar ze gaan hier wel dagelijks de weide
in.
Stalhulp Femke werkt op de manege naast haar studie dierenverzorging. Ze kijkt op het schoolbord waar het lesschema voor vandaag staat. Mijn naam staat achter `Bonje'... Zou dat bonje worden? Femke denkt van wel, want Bonje geldt als meest dominante en minst makkelijke paard van stal. Even verderop staat hij in zijn ruime schone box met hoge traliewanden eromheen. Een stevig bont paardje, niet hoog maar breed, met een flinke nek, kolossaal hoofd en twee hoge billen. Zijn witte vlekken zijn niet bepaald wit: hij heeft vandaag in de wei gestaan en die is hier al net zo nat als bij ons thuis.
Poetsen
Nog een regel is dat leerlingen minimaal een half uur voor de les
aanwezig zijn om de paarden te poetsen. Uitstekend principe. Door de
kleinschaligheid kan de stalhulp gemakkelijk toezicht houden. Voor elk
paard is er een eigen poetsdoos zodat huidproblemen niet via de
borstels over kunnen worden gebracht. Als ik Bonjes flank borstel,
haalt hij bijna even uit met zijn achterbeen, maar zet die toch maar
weer langzaam neer.
Tuig en toezicht
In de zadelkamer hangt niet het beste materiaal dat er te koop is, maar
de oude spullen hangen er goed verzorgd bij. Bij erg slecht weer wordt
er tijdens de les gepoetst aan de zadels en hoofdstellen. Ook een
leerzaam lesonderdeel.
De leerling die gewoon paardje wil rijden zonder poespas eromheen is aan het verkeerde adres, maar wie wil leren wat het is om een paard te hebben, kan hier maximaal oefenen op de verzorging van het paard. Met genoeg hulp en toezicht om het paard te beschermen tegen onwetendheid van de nieuweling.
Voorbeeld: eer ik het zadel opleg wil ik het hoofdstel aandoen, maar Femke vertelt me dat dit niet de gewoonte is. Het hoofdstel blijft zo lang mogelijk uit. Omdat ik voor het eerst kom, word ik bij het opzadelen geholpen. De simpele gevouwen deken die als sjabrak wordt gebruikt, hoort op een speciale manier te worden opgelegd. Prima!
Cowboyhoed
Renske, een Orun-instructrice met cowboyhoed, komt ons in de stallen
ophalen. Ik zit met drie enthousiaste paardenmeisjes in de les. De
stalhulp rijdt ook mee. Dit is de kleinste groep tot nu toe in de
BIT-testen en ook de goedkoopste les tot dusver: fl 16,50. Vaste bezoekers betalen nog minder.
Tijdens het losstappen vertelt Renske dat we de teugels wat lang moeten laten "maar houd wel contact met de mond, lichte druk, we beginnen rustig zonder meteen het hoofd in model te trekken!"
Zeebodem
De buitenbak is te nat en te zwaar om te galopperen, maar draven kan
straks wel, zo legt Renske uit. Ach, we rijden hier op de bodem van de
Zuiderzee, het verbaast me niet dat er nog wat water staat. Er zijn
trouwens nog twee buitenbakken, die zijn wat droger, alleen is daar
geen verlichting. En de zon is al onder.
Dressuur
Als we voltes rijden, wijst Renske ons erop dat "aansporen" niet
betekent dat we iets met de *hakken* doen: "We gebruiken daarvoor ons
ónderbeen, níet de h kken. Je mag nóóit schoppen, lchte druk is
voldende!"
Ze spreekt op de toon die we van veel instructrices kennen. Luid, langzaam en duidelijk, bijna lijzig, de dictie van de buitenbak-bij-stevige-wind.
Het niveau van de groep is enigszins gevorderd. De meisjes zijn niet bang voor hun paarden, ze weten beter dan ik waar de K is en de M (sommige letters ontbreken en andere zijn te modderig om te herkennen) en ze rijden op onderlinge wedstrijden B-proeven. Als ik de buitenteugel te los heb hangen, reageert Renske direct, en mijn paard trouwens ook: hij loopt direct naar binnen. Op de volte vallen we daardoor bijna over onze instructrice heen.
Het "loswerken" is voor ons alle vier een beetje moeilijk, we willen snel teveel. Maar na wat drafwerk krijgen de paardjes er zin in. Stevig klunen we door de bagger. Een paardje, Ramon, blijkt wat kreupel te lopen. Die mag naar stal en wordt vervangen door Apollo, zo te horen de lieveling van de manegemeisjes.
We doen wat oefeningen als voorbereiding op het "aan de teugel lopen", al mag ik daar met de stevige Bonje niet teveel van verwachten. "Kijk, er rijden veel verschillende mensen op de paarden, dus het heeft geen zin aan de teugels te trekken. Zachtjes kneden, loswerken aan de buitenteugel en dan weer ontspannen." Het lukt de een wat beter dan de ander, maar er kan wel degelijk geproefd worden van de voorbereiding op het echte dressuurrijden. Da's het voordeel van een kleine groep: er is nu even genoeg aandacht voor iedereen die serieus wil aanpakken.
Jammer dat we niet kunnen galopperen, maar wel correct tegenover de paarden.
Kantine
Na de les loop ik de warme kantine binnen. Ook hier is alles verrassend
netjes en goed georganiseerd. De manege wordt niet door een eigenaar
geleid, maar door vrijwilligers en werknemers in dienst van een
stichting. Er is koffie, bier, fris en snoep te koop. De ruimte is
keurig ingericht, niet speciaal mooi maar proper en zonder poespas. De
koffie ruikt onweerstaanbaar --- bijna net zo lekker als de paarden.
Logboek
Ongebruikelijke gebeurtenissen moeten in het logboek van de manege
worden geschreven. Ook een valpartij wordt zo genoteerd, met alle
omstandigheden erbij --- wie reed er, wie gaf instructie, hoe kon het
gebeuren, wanneer zijn de ouders van het kind opgebeld --- en het
bestuur zorgt voor een analyse en indien nodig nieuwe preventieve
regels. Dit logboek is een eigen vondst van het bestuur. Een uitstekend
idee!
De FNRS blijkt net gisteren op verrassingsbezoek te zijn geweest en de manege heeft haar eerste ster kunnen behouden. Wij doen er graag een eigen ster bij: twee sterren voor deze manege. Oké, een binnenbak ontbreekt, maar van al het andere is er veel te vinden.
Ik vind nóg een reglement, ditmaal in dichtvorm. De laatste regels:
"Rijd veel, praat weinig... tot besluit:
kom tijdig, ga op tijd eruit."
Tijd om op huis aan te gaan.