| Back to FG's Homepage |
Een lange man, grote passen, hij kwam aan en weg was hij. Ik ken dat gevoel wel van het schaatsen, als er na jaren wachten ineens weer stevig natuurlijs ligt en ik mijn hockeyschaatsen onderbindt (aantrek eigenlijk, als een schoen, maar goed, het heet onderbinden). Ik denk dan dat ik aardig onderweg ben over de grote dichtgevroren plas, tot er als een windvlaag zo'n ster op noren voorbij zoeft, de handen ontspannen op de rug, de schouders diep naar voren, kont naar achteren, en zonder waarneembare moeite in zijn bewegingen. Alsof er heel even een schim uit een andere dimensie verschijnt en meteen weer verdwijnt. Ik heb dat ook eens gehad in de bergen. Ik stapte voor het gezin uit, zorgvuldig zoekend naar plekken op de rotsen van de stijle helling waarop je kon staan, mezelf met alle kracht van het ene rotsblok naar het andere tillend in de scheepshoge berg enorm puin dat een ijstijd daarheen had geschoven, tot er een bejaard echtpaar voorbij kwam stappen alsof we op een gladgewalst fietspad stonden. Heel vriendelijk en discreet groetten ze, alsof ze niet zagen dat ik als een manke krab liep die door de golfslag dreigt te worden weggesleurd. Hun donkere bergschoenen liepen als zevenmijlslaarzen met kinderlijk gemak, weg waren ze en nooit zag ik ze terug. Ze hoorden tot een andere wereld.
Ik oefen flink door en hoop daar ook te komen.