| Back to FG's Homepage |
Zondagmiddag ging mijn vriendin Saskia met een van haar paardjes bezig. Met Kitty de haflinger heeft ze de laatste tijd weinig gereden en dan is het extra handig dat ze dat kan oefenen op de eigen drafbaan, voordat ze met zo'n merrie die van vanalles kan schrikken de straat opgaat. Ik trok de loopschoenen aan en warmde me op terwijl ik naar het voetbalterrein liep. Daar was het net zo verlaten als de dag ervoor, zodat ik ongestoord mijn rondjes om het veld kon rennen, tot er twee ruiters aankwamen. Een man op en groot bruin paard en een meisje op een kleine pony. De dieren deden niet voor elkaar onder wat betreft frisheid: zodra ze de zonderlinge hardloper in hun snuit kregen, hielden ze stil. De ruiters gaven tikjes met de zweep en porren met de sporen, maar afgezien van wat kogels mest van de zenuwen en een paar bokjes in het halfbevroren gras kwam er niet veel voorwaartse beweging in. Ik hield me maar gedeisd tot ze tenslotte vriendelijk groetend voorbij waren gestapt.
Ik volgde het pad van hun hoeven terug, want die lui te paard houden van leuke wandelroutes en inderdaad ontdekte ik, als het ware op hun schreden terugkerend, verrassend mooie weggetjes. Wat wonen we daar in Booischot eigenlijk schitterend, bijna jammer dat we misschien alweer moeten verhuizen (Saskia is ziek, zit nu ook zonder werk en de sociale voorzieningen in BE zijn zodanig dat je dan een paar stevige stappen achteruit zet). Smalle, kronkelende wegen, evengoed netjes geasfalteerd, tussen die typisch belgische lapjes grond met een klein populierenbos, een schitterend buiten naast een onbewoonbaar verklaard krot, een boerderij van aan elkaar gebouwde hokjes, een stuk moeras, weilanden met shetlanders en een trekpaard, een parkje vol kippen die de grond zorgvuldig kaalgeschraapt houden, een kleine verlaten manege met een open schuur vol met prachtig springmateriaal en daarachter een stuk of tien girl scouts van een jaar of 14 die onder leiding van een wat ouder meisje modderige balspelletjes doen.
Rond een van de villa's lopen twee grote bloedhonden naar me te dorsten. Van die gruweldieren, die wel blaffen maar vooral met een geruisloze snelheid, soepel als in een nare droom rond springen, vervuld van alle haat van de wereld en alleen maar bang dat de ander mij het eerst te pakken zal krijgen. Volgende keer maar weer een worst met strychnine meenemen. Waarom laten die mensen zulke dieren los, met zo'n minimale omheining ter bescherming van argeloze Nederlanders die voorbijrennen zonder enige kwaaie bijbedoelingen? Aan de tuin te zien, een wanorde van puinheuvels en moesperkjes, zou je denken dat er vriendelijke eco-trollen wonen. Op een gegeven moment hebben ze de loterij gewonnen, zijn ze zich bedreigd gaan voelen en toen moesten die honden komen.
Intussen straalde er een zon die je bijna zou doen geloven dat het al lente is geworden, de spieren waren lekker warm en als tegenliggers had ik alleen maar vriendelijke bejaarden die dankbaar waren dat ze alweer een winter hadden overleefd en, zoals ze ooit van plan waren, inderdaad samen oud konden worden.