Back to FG's Homepage

Terug naar index <=> Verder naar volgende

Hondeweer en apetrots

Half acht vanavond kwam ik op de fiets thuis en een jonge buurvrouw had net de deur naar de kelders opengedaan. "Kom snel binnen!" riep ze tegen de wind in, "dit is geen weer om te fietsen!" Terwijl ik samen met een regenvlaag door de deuropening kwam, vertelde ik haar dat ik in Apeldoorn naar de marathon heb gekeken en dat ze daar uren in ditzelfde weer hebben gelopen. "Gatverredamme!" was het enige en laatste dat ze te zeggen had. Ik heb niet de indruk dat ze al gewonnen is voor onze hobby ;=}}

Terug naar de middag, half twee. Ik zie op het NS-station geen massale bewegingen, geen feest op straat, niets dat erop wijst dat de stad door een Groot Evenement op stelten wordt gezet. Ik vraag de chauffeur van lijn 4 waar de marathon is: "Dat zie je vanzelf." En inderdaad, na straten met sombere woonhuizen die wel kopieën lijken te zijn van de naoorlogse volkshuisvesting in Arnhem zie ik ergens een afzetting en wat lopers. Het opwarmen en starten heb ik gemist, iedereen is al druk in beweging en van de kortste loop zijn ze al aan het finishen. Ik wandel achter de dranghekken en bekijk de lopers. Het wordt me niet precies duidelijk wie welke afstanden loopt, maar in het algemeen kun je stellen dat de lopers met jas en tights aan, die een langzame, puffende gang hebben in soms wat rare houdingen bezig zijn aan de kortste afstand en de lopers in hemdje en korte broek die vrij hard dezelfde lange heuvel oplopen zijn bezig te finishen met een langere loop. Daarna komen weer lopers met tight en jasje aan, en die finishen nog niet maar maken na 26 km een extra lus voor de marathon.

Bij de splitsing tussen finish en marathon-doorloop zit de spreekstalmeester onafgebroken een one-man show weg te geven en zijn stem waait vanuit luidsprekers in het rond. Het valt me op dat hij veel mensen kent, van tal van lopers een anecdote weet te vertellen al zit hij er ook weleens naast, zo blijkt als een vader zijn zoon Ruud voorbij ziet komen en tot zijn verontwaardiging de commentator hoort roepen over een heel andere Ruud. Ook treft het me dat er, ondanks alle nieuwe techniek met chips en computers, er nergens centraal is af te lezen wie er voorbij komt. De presentator probeert een cijfer op een shirt te lezen, zoekt dan in zijn papieren naar een naam erbij en begint dan te vertellen mar intussen zijn er alweer 9 lopers voorbij zonder dat hij die kon herkennen. Ik sta een poos naast een bejaarde man die zijn zoon verwacht, maar op een gegeven moment gaat hij zich afvragen of die zoon nog moet komen of toch al voorbij is gegaan terwijl hij mij iets uitlegde. Er is geen enkele manier om dat te controleren terwijl een extra mat, een database met chipnummers, namen en een groot scherm toch doodsimpel zou zijn voor zo'n grote organisatie.

Lopers zijn trouwens erg sociale dieren en dat had ik niet verwacht. Overal waar ik sta krijg ik direct verhalen te horen. De bejaarde vader loopt zelf al 26 jaar, sinds hij is gestopt met voetballen, maar met 72 gaat hij niet meer zo hard. Hij vertelt me over de te verwachten tijden voor de verschillende groepen.

G. komt langs op het 26km-punt. Ik herkende haar niet, maar de spreekstalmeester wel. Vanuit de verte ziet hij haar rode verschijning opdoemen en hij vertelt een hele geschiedenis tot zij zwaaiend voorbij is gerend.

Het lijkt me moeilijk om nog zo'n heel end te beginnen als je er al zo'n stuk op hebt zitten, terwijl hat hard waait en de lucht nu wel echt donker begint te kleuren van regendreiging. Een minuut of twintig later komt een lange man met wapperend grijs haar aandenderen en dat is een loper die mijn snuit herkent van een pasfoto op het net, we roepen en zwaaien even terwijl ook hij veel roem en eer krijgt toegevoegd van de presentator.

Niet iedereen lukt het om op dat punt gewoon verder te lopen. De vermoeidheid, het applaus, het gevoel dat het zo toch ook al wel mooi is, de douches nabij, de kille regen die al in het gezicht begint te slaan - zo af en toe houdt een enkeling de pas in, aarzelt en slaat linksaf de berm in, zonder finishtijd ineens loper-af en toeschouwer geworden.

Een meisje uit Moldavië eindigt als snelste vrouw van het marathonparcours. Ze krijgt, net als de snelste man, een lauwerkrans opgehangen en ze wordt gehuldigd. Van die huldigingen had ik me wat meer voorgesteld. Het duurt bij de mannen een flinke tijd en behoorlijk wat omroepen eer twee van de drie winnaars tevoorschijn komen en eer je er erg in hebt is het weer voorbij. De Moldavische wordt bijna meteen na haar zege als enige in het zonnetje gezet, nu ja zonnetje, het regent pijpestelen, ze staat met een grauwe deken om haar schouders klaar, ze stapt even op een tafeltje, krijgt een beker en ze is weer verdwenen terwijl om haar heen weer anderen finishen, andere lopers worden omgeroepen. Ik hoop dat ze en goeie geldprijs kijgt want voor het carnaval eromheen hoef je niet dat hele stuk naar nederland te komen.

Nu duurt het nog wel een uur of twee voor mijn loopvrienden terug zijn. Ik ga achter de finish kijken. Daar zie je sommige renners nog topfit, die hielden op weg naar de eindstreep nog een speelse sprint met kameraden. Anderen hebben elkaar hand in hand die laatste heuvel opgemotiveerd, ze zijn blij het goed te hebben gehaald en weer een paar anderen hangen een beetje aan het hekwerk, met knikkende knieën, eventjes te moe om de rodekruishelpers die erbij komen staan te begroeten. Je kunt daar een deken omkrijgen, maar die moet je twintig meter verderop weer inleveren dus als je wilt douchen kun je beter in een ruk doorlopen, want het is nog een behoorlijk end wandelen naar de kazerne waar douche en kantine wachten.

Bij een kraampje neem ik een halfjaarabonnement op het lopersblad maar verder is er bar weinig te koop, kennelijk werkt de marathon-adrenaline geen kooplust op bij paarduizend deelnemers. De kantine, op het wijdse kazerneterrein is een lange smalle zaal met meerdere bars waar vooral bier wordt gedronken. De koffie kost geloof ik niets. Hier maak ik kennis met twee loopmakkers die allebei Henk heten en al jaren lang elke maand ergens een loop doen. Trainen doen ze ook samen -- na een aantal jaren bij verenigingen weten ze wel zo'n beetje hoe het strekken gaat en welke schema's handig zijn. Vorig jaar liepen ze ook samen op, nu hielden ze elk hun eigen tempo aan, waardoor de tragere van de twee meteen een stuk langzamer ging, hij miste de sleepwerking van het samen-lopen wel een beetje. Ze vinden het leuk een beginner te treffen en ik krijg van allerlei goede raad. Neem alijd overal je loopspullen mee naar toe, is de eerste raadgeving. Begin kalm aan, na drie maanden denk je dat je heel wat kunt en dat is het moment waarop je gevaarlijke dingen wil. En de laatste: doe volgend jaar ook mee. Is afgesproken, over een jaar staan we op dezelfde plaats aan dezelfde bar en dan tracteer ik op pils.

Even verderop zitten twee lopers, enorm opgelucht dat het weer is gelukt, aan de sterke drank. Zweetgeur heeft plaatsgemaakt voor een kegel van jeneverstokerij. De man klampt me aan en vraagt: "Gaan we?" en zijn vrouw, ook al niet mee de nuchterste, valt hem bij: "Ja! Gewoon doe-oenn! Vooruit!" Ik zeg dat ik geen idee heb waarheen maar dat ik eigenlijk wel klaar ben voor vertrek dus als ze hun borrel ophebben dan kunnen we meteen vertrekken. "Is goed!!!" juicht de man, hij duikt even voorover en grijpt dan mijn schouder. "Tot zo!"

Ik zie ineens dat het bijna finishtijd is voor A. en ik draaf met volle bepakking terug naar de plek waar de spreekstalmeester nog steeds onvermoeibaar zijn woordenstroom de wereld instuurt. Nu staan alleen de diehards en de naaste familieleden nog langs het parcours te wachten. De VIP-tent die in het begin nog propvol zat met eregasten die tot op het parcours stonden te babbelen, is nu leeg en daar kunnen we schuilen. Daar komt hij aan, gemakkelijk lopend en 11 minuten sneller dan zijn tijd van vorig jaar aldus de omroeper die dit gezien de stormachtige wind en de slagregens wel een sensatie vindt.

De lopers gaan douchen terwijl ik in de kantine wat opdroog. Het is er behoorlijk vol maar het personeel wil de boel gaan afsluiten. Ik spreek met een gezelschap Duitse hardlopers dat met een autobus uit Bielefeld is gekomen. Ze lopen graag in Nederland, de strandloop van Egmond slaan ze nooit over en 's zomers trainen ze een paar weken op Texel waar ze dan met z'n allen drie vakantiehuizen huren. De Duitser naast me is op zijn 55ste pas gaan lopen dus naar zijn idee ben ik zelfs een snelle starter ;=}}

Mijn loopvrienden komen binnen, na de douche opnieuw doorweekt want onderweg van douches naar kantine zijn ze op het plein in een wolkbreuk terechtgekomen. Ik haal bier en cola. Voor hen was het slechte weer tijdens de loop niet echt opvallend geweest, de regen was op een manier wel verfrissend ook. Ze hebben vooral genoten van de loop, al vonden ze een paar heuvels wel lastig. In elk geval is het weer DE gelegenheid geweest aan het begin van het jaar om een heel stel mede-lopers te zien en onderweg te spreken. Daarin schuilt de kracht van deze loop: "iedereen" is er en ook al spreek je ze niet allemaal even uitgebreid tijdens de loop, je hebt elkaar gezien en je hebt je ook weer laten zien. We vergelijken het met de jaarlijkse herdenking waar oudstrijders van overzee zo lang mogelijk naartoe blijven komen. Je bent er weer, dus je bent er nog. Sla je een jaartje over, dan ben je van het scherm verwenen. Wat een gefilosofeer van drie relatief jonge mensen...

De kleine shuttlebus rijdt voor de laatste keer naar het station, de marechaussee sluit de kazerne af. Er is nog één andere passagier, een loper die nog lang heeft gezocht naar zijn kleren die ergens bij de startplaats kwijt zijn geraakt. Hij had nog een reserve droog hemd en daarmee, in zijn looptenue, gaat hij naar huis.

Op het station spreek ik de allerlaatste loper van de dag. Je hoeft ook nu maar aan iemand met gymschoenen te vragen hoe het gaat en je krijgt het verhaal in geuren en kleuren te horen. Hij was door vertraging van de NS te laat aan de start, mocht nog wel vertrekken omdat de meting via de chip gaat maar het was slopend geweest om alleen maar mensen in te halen en nooit meer iemand te kunnen bereiken met hetzelfde loopritme. Als hij even achter iemands rug aan wilde lopen dan moest hij voor zijn gevoel bijna stil gaan staan. Maar het zat er weer op, toch nog in een mooie tijd.

En mijn jas is ook alweer bijna droog.

Terug naar index <=> Verder naar volgende


This page is linked to the home page of Frans Goddijn.
Frans Goddijn, Postbus 30196, 6803 AD Arnhem, fax +31 (0)26 3211759
(<frans@goddijn.com>)
Updated Jan 26, 2002