Back to FG's Homepage

Terug naar index <=> Verder naar volgende

Beginnen met lopen

Er bestaat een algemene afkeer tegen mannen van in de veertig die zonodig ineens moeten gaan sporten, zich in de beste spullen steken en vervolgens anderen in de weg gaan lopen. Ik ben dus minstens tien jaar te laat... Nu ja, het zij zo. Kwestie van mijn nieuwe spullen zo snel en toch zo weloverwogen mogelijk te slijten!

Aan de andere kant zit er misschien ook een voordeel aan mijn late start. Ik heb geen last van door tafeltennis versleten kniegewrichten en geen al te vaak aan gruzelementen geslagen vingers door het hockey, om maar wat te noemen. Ik heb veel gefietst (naar de supermarkt) en paardgereden, en ik geniet enorm van zweefvliegen, maar ik deed dat tot nu toe zonder vitale schade. Ik weet niet eens waar mijn hamstrings zitten, laat staan dat ik er al eens een pijnscheut in zou hebben gevoeld.

Vorig jaar november was ik onderweg naar België toen ik in Arnhem een tjokvolle trein instapte. Er was nog net een staanplaatsje. Tegen de tijd dat de trein vertrok was ik wel nieuwsgierig geworden. Waar gingen al die mensen naartoe? De stemming was opgetogen, alsof ze met elkaar samen op weg waren, maar toch waren de meesten stil, het waren zo te zien meest vreemden voor elkaar. "Mag ik vragen waar we heengaan... is er ergens een groot evenement?" vroeg ik aan zomaar wat omstanders. De meesten bleven zwijgen maar een man die met zijn vriendin onderweg was vertelde me dat ze in Nijmegen de Zevenheuvelenloop gingen doen. Ah, vandaar de gymschoenen! Van die Zevenheuvelenloop had ik nog nooit gehoord, maar de heuvelen ken ik wel. In zekere zin heb ik die loop weleens gedaan, dat wil zeggen, in de zomer van 1975 liep ik daar te wandelen, "Ada" van Vladimir Nabokov in de hand, en op een van de bankjes heb ik uren zitten lezen voor ik weer naar huis liep.

Het tweetal vertelde zo enthousiast over die voor mij totaal onbekende wereld van het lopen, dat het heel even aanstekelijk werkte. Het leek me voorheen zo'n vermoeiende bezigheid, van nergens naar niemand lopen, en ik had me niet gerealiseerd dat je er als amateur net zo'n kick van kunt krijgen als je op tv ziet bij "echte" sportevenementen. Ook had ik nog nooit een loopevenement van dichtbij gezien, zodat ik ook stomverbaasd was te horen van de honderden die er elk jaar worden georganiseerd, altijd buiten "mijn wereld" tot ik nu ineens even was ondergedompeld in de collectieve opwinding. Hoeveel mensen er aan die Nijmeegse loop meedoen ben ik nu vergeten, maar het is een ontzagwekkend cijfer. We grapten nog over het plezier na afloop, wanneer er overal feest is en de naar zweet stinkende lopers natuurlijk een strepje voor hebben op de uitgebuikte luie feestzoekers die alleen voor het bier op de massa afkomen. Ze vertelden hoe ze thuis in een clubje trainen en tijdens de loop ook plezier en steun hebben van elkaar. Vooraf, als ze nog thuis in bed liggen, zien ze steevast op tegen het dwaze idee om naar zo'n loop te gaan, maar onderweg ernaartoe komen de kriebels, en zoals ze daar stonden te popelen om van start te kunnen gaan... erg leuk! Toen we bijna in Nijmegen waren, hadden ze me bijna zover dat ik zou beloven ook te gaan lopen, maar ik liet het bij wat ontwijkende grapjes. We fantaseerden hoe het zou zijn, komend jaar, als ik ook aan de start zou staan van de Zevenheuvelenloop, zelfs in hun buurt, maar dat we elkaar na een jaar niet meer konden herkennen, en dat Onze Lieve Heer vanachter de wolken zich dan op de knieën sloeg van de pret om het voor ons onzichtbare toeval.

Als ik ver terugkijk, dan is het idee om aan atletiek te doen weleens voorbijgekomen, maar op een of andere manier heb ik nooit het gevoel gehad dat ik daar zelf iets mee te maken had. Toen ik een jaar of tien was, ging ik weleens mee met mijn oom Jan van Heek, die "iets" in de sport deed [noot: dat "iets" wordt hieronder toegelicht.] en ik heb met hem weleens langs een sintelbaan gestaan. Het meeste indruk maakte nog zijn verhaal dat ik absoluut die baan niet mocht "oversteken" omdat ik dan de atleten in de weg zou lopen. Die kwamen ook wel met een enorme gang voorbij. Ik zag wel de strepen in de baan en vanuit mijn lage standpunt als kind leek het me een hele toer om je weg te vinden op zo'n rangeerterrein van elkaar kruisende lijnen. Veel later kreeg ik sportlessen van Henk Langenhorst (veldloop, turnen, zwemmen, tafeltennis, speerwerpen) maar dat deden we in de bosrijke omgeving van een "sosjale opleiding" waar in die zeventiger jaren een gezonde argwaan leefde tegen alles wat prestatiegericht kon worden uitgelegd. Henk was dan wel van de oude stempel, maar met zijn grote gestalte, zijn onuitputtelijke enthousiasme en natuurlijk leiderschap wist hij zich goed te handhaven. Als er maar een en dezelfde Henk Langenhorst is, dan is-ie nu bestuurslid van KVLO

Jan van Heek vind ik (behalve op het kerstkaartje van verleden jaar) trouwens terug op het sportieve levensoverzicht van Rein Knol: "In 1963 moest Rein genoegen nemen met zilver, alhoewel hij dezelfde hoogte haalde als winnaar Jan van Heek (Holland Leiden)." Hoe zou dat toen gegaan zijn, vraag ik me af. Oom Jan had kennelijk de gouden plak (dat mij daar niets over werd verteld!!!), maar Rein, die even hoog was gekomen, kreeg zilver. Was er een regel dat bij gelijke hoogte de oudste won?
[noot: ook hierop een toelichting beneden.]

Waarom ben ik nu, twee maanden na die ontmoeting in de trein, ineens begonnen? Shit, ik weet het al niet meer. Kennelijk is het idee, dat ik zelf niet al te serieus nam, ergens blijven hangen. Misschien is het tijdens mijn sportkeuring voor zweefvliegen deze week losgeraakt. De sportarts vertelde dat hij loopt, we hadden het over een talkshow laatst op tv waar Aegon-baas Kees Storm met oud-minister Winsemius en nog zo'n topfiguur sprak over de lol van het lopen (een marathonnetje in New York, komende week een halve in Florence en verder zien we wel, die stijl). Na zo'n keuring (goedgekeurd, maar zweefvliegers mogen best kneuzen zijn) blijft er toch de indruk dat het allemaal wat minder (gewicht) en beter (soepelheid) kan.

Vandaar die loopschoenen, en de dag erop maar meteen de tight (weet ik ook weer hoe een maillot vandaag de dag heet), het lopershemd en het jasje. En de meewarige blik van de verkopers. En de ChampionChip! En de magazines, en de mailinglist natuurlijk.

Misschien zal ik de kick van zo'n amateurwedstrijd nog weleens beleven. Voorlopig is het al een hele belevenis om de straat op de gaan en gewoon te lopen. Linksaf, rechtsaf, een tijd rechtdoor, alles gaat veel sneller dan ik verwachtte, de straten glijden zomaar onder me door, zeker in het begin. Dan beginnen er spieren strak te staan, of lichtjes op te spelen, voorlopig alleen een stuk boven mijn knie. Ik wissel af met stukken wandelen. In Arnhem zijn het de stompgeknikte straten van de nieuwbouwwijk, de bruggetjes, de fietspaden en de lanen door het boerenland erachter. In Booischot heb ik een sportterreintje ontdekt, vlakbij huis aan een doodlopende weg, waar SK De Diamant een klein clubgebouw heeft en twee voetbalvelden met elk zes klapstoeltjes onder een betonnen afdakje als eretribune. Het veld veert daar meer mee dan de asfaltweg. Zo kom je nogeens ergens met loopschoenen aan.

Intussen heb ik per e-mail al verschillende aanmoedigingen en raadgevingen binnen. Ivan Sonck schreef me dat de meeste beginners te hard van stapel lopen en er na 3 weken alweer de brui aangeven. Kwestie van opassen dus, want als ik in die val trap dan krijgen de verkopers in de sportwinkels nog gelijk met hun bedenkingen bij mijn "bevlieging". Peter (zie de lijst met links hieronder) is anderhalf jaar geleden begonnen met lopen, hij was erbij op de Zevenheuvelenloop waar hij zich blesseerde, hij beet door hoewel hij wist dat opgeven beter was en nu net is hij opnieuw begonnen met trainen. Zo loop ik, al is het solitair, toch niet alleen.

Weet je wat, ik sluit af, ik recht mijn rug, ik klim van mijn pc-krukje af en ik ga het op een lopen zetten.


(Onderstaande tekst staat zelfstandig op het artikel over Jan van Heek)

Noten:
Bijna 10 maanden nadat ik bovenstaande tekst heb geschreven, kwam ik mijn oom Jan van Heek weer tegen en intussen schrijven we elkaar e-mails. Hij vertelde me hoe hij in 1963 van Rein Knol won:
De reden waarom ik van Rein Knol won op het Ned. Kampioenschap hoogspringen in 1963...
De regels voor de uitslagbepaling luidden toen: a. er wordt gekeken naar het aantal sprongen op de laatst behaalde hoogte. Dan b. naar het totaal aantal foutsprongen over de gehele wedstrijd en vervolgens c. naar het totaal aantal sprongen over de gehele wedstrijd, en is dat nog steeds gelijk dan wordt er barrage gesprongen als het om de 1e plaats gaat.
Welnu: Rein en ik waren altijd aan elkaar gewaagd, maar meestal won hij. Op die dag moest ik in volgorde ná hem springen. Ik deed om hem op een dwaalspoor te brengen bij een bepaalde hoogte mijn trainingspak uit. Hij sprong die hoogte en haalde deze, waarna ik mijn trainingspak weer aantrok en die hoogte oversloeg. We haalden beiden nog één hoogte in dezelfde poging. Omdat hij dus één sprong in de wedstrijd meer had gemaakt dan ik, werd ik winnaar.
Dat vraagteken is voor jou dus ook weer uit de wereld geholpen.

Dankje, Oom jan, dat stukje atletiekgeschiedenis is voorlopig veiliggesteld!

Ook heb ik nu duidelijker op een rij wat er zat en zit achter mijn herinnering dat hij "iets in de sport" deed.:

Jan van Heek

Ter gelegenheid van het 90-jarig bestaan van de HALO is Jan voortrekker geweest van het jubileumboek: HALO 90 jaar "Vliegt de tijd of vliegen wij?" dat eind 2002 verschijnt (208 pagina's). Voorts naakt er nog een jubileum, want samen met een collega geeft hij al 24 jaar leiding aan de trimgroep "Happy Hours". Een gemengde groep van 35 personen in de leeftijd van 35–68 jaar. Ze trainen elke zaterdagmiddag 1,5 uur in een sporthal en bij mooi weer voor een groot gedeelte buiten. "Een ontzettend leuke groep," aldus Jan van Heek, "met een eigen ontspanningscommissie die veel extra dingen organiseert, zoals sportieve weekends en dergelijke. Eigenlijk zouden we een uitwisseling moeten houden. Er zijn meerdere lopers bij die al marathons en triathlons in de benen hebben. Volgend jaar oktober stop ik er mee na 25 jaar trouwe dienst."

Ook is Jan van Heek Coördinator van het Jeugdfonds van de Vrienden van de KNAU: "Oud-internationals en andere geïnteresseerden doneren geld om jonge talenten op trainingsstages te sturen. Mijn taak is de talenten (zij mogen niet elders gesponsord worden) op te sporen en na toekenning van gelden het geheel te coördineren. Heerlijke hobby!"

"Oom Jan deed iets in de sport." Kennelijk wel ja... Ik heb hem grondig ondervraagd, nu ik hem toch "aan de lijn" heb via Internet:

In wedstrijdverband beoefende sporten:

Als Jan niet tijdens het voetballen zijn kaak op 3 plaatsen had gebroken en als zijn knie niet "op slot" was gegaan, dan was hij waarschijnlijk niet aan de atletiek toegekomen. De 10-kamp ging echter meteen al goed: in het eerste jaar een 4e plaats op de NK. Daarna een tweede plaats op de 10-kamp achter fenomeen Eef Kamerbeek. Tweemaal werd hij Nederlands Kampioen speerwerpen en eenmaal Nederlands Kampioen hoogspringen.

Dit succes (op zijn 50e werd Jan van Heek ook nog een keer kampioen speerwerpen bij de veteranen) verklaart ook waarom hij "in de atletiek is blijven hangen", zoals hij dat zelf zegt. Vanaf 1958, toen hij al atletiektraining gaf aan de jongste jeugd van AV Holland, tot 1994 is hij atletiek blijven geven. Tot 1968 bij AV Holland en vanaf 1965 tot 1994 als trainingscoördinator bij de Spartaan uit Lisse. Naast de eigen prestaties lukte het ook om anderen tot het erepodium te brengen, want er zijn in die bijna 30-jarige periode veel pupillen Nederlands Kampioen geworden.

In 1990 stelde Jan van Heek bij de Spartaan een trainingsprogramma op voor beginnende lopers. Gedurende 4 maanden tweemaal per week trainen met als afsluiting een 10 km of een halve marathonloop. Jaarlijks komen daar nog steeds zo'n 150 geïnteresseerden op af, onder leiding van inmiddels 20 trainers die een cursus bij de bond hebben gevolgd.

Gedurende die bijna dertig jaar bij de Spartaan gaf hij elk jaar in de periode van half oktober tot half april gezamelijke duintrainingen op de zondagmorgen. De leeftijden varieerden van 13 t/m 70 jaar. Het grootste aantal deelnemers aan een dergelijke groep bedroeg 123. "In mijn uppie dus. Bij de uitleg van de loopvorm ging ik voor overzicht en uitleg op een duintop staan om me verstaanbaar te maken!" In principe deed men ongeacht het niveau dezelfde loopvorm, maar wel gevarieerd naar loopervaring.

In 1963 werd hij bondscoach van de Nederlandse Hoogspringers/sters. Hij is overigens ook bondscoach geweest op de onderdelen estafette (Nederlandse Herenploeg), speerwerpen, kogel en discus. In 1971 en 1972 was hij bovendien trainingscoördinator van de KNAU in voorbereiding op de Olympische Spelen naar München: "Zes weken door het Ministerie benoemd om sporttrainingen te geven, praatjes voor radio en TV te houden, voorlichting te geven aan diverse sportbonden in Suriname en op Curacao."

Jan van Heek was tien jaar hoofdredacteur van het vakblad van de Nederlandse Atletiek Trainers Vereniging en gedurende 20 jaar gaf hij alle cursussen binnen de KNAU voor de opleidingen tot pupillentrainer en tot specialisaties lopen, springen en werpen. Daarnaast schreef hij veel in de vakbladen.

Verder: 10 jaar lid van de Nationale technische commissie en begeleider van landenploegen en individuele atleten bij internationale wedstrijden. De periode van het vele reizen, de wereld zien.

Het mede-auteurschap van de 2 atletiekboeken en alle opgedane ervaringen en overgedragen kennis waren enkele jaren geleden voor de Atletiekbond aanleiding om Jan van Heek het Unie-erekruis in goud uit te reiken. Daarmee is hij in een klein maar illuster gezelschap: alleen Fanny Blankers-Koen (4-voudig Olympisch kampioene in 1948), Ir. Ad Paulen (voormalig IOC-lid) en Eef Kamerbeek hebben ooit deze onderscheiding ontvangen.

Een lintje nog? Nee, dat zat er wel in bij zijn afscheid in 2000 maar dat wees Jan af. Waarom? "Omdat er altijd sprake was van enige vorm van vergoeding. En er zijn zoveel vrijwilligers die nooit een lintje hebben gekregen dat ik me tegenover die mensen zou schamen. Vandaar."

Kijk, en daar ben ik nu trots op. Mijn oom Jan "heeft wat in de sport gedaan." Dat kun je wel zeggen.


Jan van Heek

Terug naar index <=> Verder naar volgende


This page is linked to the home page of Frans Goddijn.
Frans Goddijn, Postbus 30196, 6803 AD Arnhem, fax +31 (0)26 3211759
(<frans@goddijn.com>)
Updated Oct 20, 2002